De samenwerking tussen Tekst en Beeld

Beeldend verhalen:
Hoe zit dat nou eigenlijk met die samenwerking tussen tekst een beeld. Waar moet je als illustrator/auteur op letten, wat moet je vooral wel doen en wat niet.

Definities:
Eerst maar eens wat achtergrond informatie:
Tekenen / illustreren betekent letterlijk: Van afbeeldingen voorzien.
Deze afbeeldingen hebben als doel:
– Toelichten, verduidelijken
– Verluchtigen , veraanschouwelijken, versieren
Tekst is: Een verzameling van letters en/of woorden en/of zinnen die samen een (afgerond) geheel vormen.

Verschillen:
Woorden en beelden zijn duidelijk heel verschillende communicatiemiddelen: Een beeld wordt in één keer in zijn geheel waargenomen (met uitzondering van details, die zien we later).
Woorden komen na elkaar en vormen al lezende of horende een zin en uiteindelijk een verhaal. Hierdoor is beeld directer dan tekst.

Verder hebben tekeningen een universele helderheid. Tekenen we iets rood, dan weten we precies welke kleur rood bedoeld wordt. Schrijven we rood, dan weten we dat niet. Woorden schieten hierin te kort, maar andersom gebeurt dat ook. Het verbeelden van de hemel of de eenzaamheid is niet eenduidig. Terwijl iedereen bij het woord hemel of eenzaamheid precies weet wat er bedoeld wordt.

Hetzelfde verhaal in tekst en beeld overlapt elkaar dus niet volledig. Tekst kan beeld een andere betekenis geven en vice versa. En juist dit spanningsveld kan mooie dingen opleveren in prentenboeken.

De samenwerking tussen tekst en beeld:
Nog even terug naar de vraag: Hoe werken tekst en beeld samen? Op zoek naar het antwoord heb ik het boek ‘Tekenaars: kinderboeken illustratoren geportretteerd’ opnieuw gelezen. Hieronder volgt een korte samenvatting van verschillende opvattingen en van nog meer interpretaties.

'Ga toch fietsen', door Joukje Akveld en Philip Hopman, Uitgeverij Querido. (Gezien op: www.boekwijzer.com)

‘Ga toch fietsen’, door Joukje Akveld en Philip Hopman, Uitgeverij Querido. (Gezien op: www.boekwijzer.com)

'Het ei', door Dick Bruna. (Gezien op www.kinderboeken.blog.nl)

‘Het ei’, door Dick Bruna. (Gezien op www.kinderboeken.blog.nl)

Volgens Wim Hofman is de belangrijkste taak van illustraties om sfeer aan een boek te geven. Een tekening mag best letterlijk verbeelden wat in de tekst beschreven staat, tekst en beeld hoeven elkaar niet perse aan te vullen.
Charlotte Dematons onderschrijft deze gedachte. Aanvankelijk tekende zij alles wat in de tekst stond. Inmiddels vindt ze dat je als illustrator ook een bepaalde mate van vrijheid mag nemen.
Volgens Sylvia Weve en Noëlle Smit voegt de beste illustratie dan ook iets toe aan een tekst. Dat kan een extra laag zijn en/of een parallelle verhaallijn die niet in de tekst staat.
Ingrid en Dieter Schubert vinden dat er wat te kijken moet zijn. Een prentenboek maak je in de eerste plaats voor kinderen. Maker(s), voorlezer en luisteraar creëren samen een intieme sfeer. Tijdens het luisteren kunnen de kinderen kijken naar de tekening en zo hopelijk net dat extra duwtje krijgen om in een verhaal te raken.
Wel is het belangrijk, volgens Joke van Leeuwen, om dat beeld en die tekeningen te doseren. Je moet wel ruimte laten voor de verbeelding; de lezer moet er zelf ook nog tussen passen.
Annemarie van Haeringen en Harrie Geelen, twee heel verschillende illustratoren, zoeken niet alleen naar de essentie van de boodschap maar ook naar de essentie van voorwerpen, achtergronden en emoties. Compositie, techniek en kleurgebruik staan in dienst van de boodschap. Eenvoud en vorm helpen om het wezen van iets treffen.

Tot slot ter illustratie twee totaal verschillende voorbeelden: Een cover van Philip Hopman uit ‘Ga toch fietsen’. Met al die verschillende fietsers op de tekening kunnen de lezers nog oneindig veel meer verhalen bedenken. En als tegenhanger een illustratie van Dick Bruna, ’Het Ei’: terug naar de eenvoud.

Conclusie:
Kortom: er zijn oneindig veel manieren om de boodschap van een verhaal zo treffend mogelijk te verbeelden. Maar die ‘extra laag’, of dat nou de sfeer is, een hele extra verhaallijn of gewoon de aankleding van de plaatjes: dat ‘extra’ maakt een illustratie wel beter!

Geraadpleegde literatuur:
– ‘Beeldvertalen. De werking en interpretatie van visuele beelden’, door Cor Blok, Amsterdam University Press, ISBN 90 5356 584 1
– Tekenaars: Kinderboekenillustratoren geportretteerd’, door Joukje Akveld, uitgegeven door Hoogland Van Klaveren.

De samenwerking tussen tekst en beeld zal in dit blog nog meerdere malen aan bod komen. Deze vraag kan immers ook beantwoord worden vanuit de communicatie theorie of vanuit ritme en vormgeving.

Onderwerp volgend blog: Hoeveel wit moet een illustratie hebben om sneeuw te suggereren?

Schrijf hier je reactie

*