Tekst en verbeelding. Wat ‘zien’ we als we luisteren of lezen?

Sneeuwwitje, wie kent haar niet. Iedereen heeft een beeld bij Sneeuwwitje, al dan niet bepaald door Disney films of plaatjes in prentenboeken. Maar als we de tekst van het sprookje erbij pakken komen we maar heel weinig over Sneeuwwitje te weten. Het is een mooi meisje met een huid zo wit als sneeuw, lippen rood als bloed en haren zwart als ebbenhout.
Informatie over haar kleding, kleur ogen, soort kapsel enz. krijgen we niet. En toch hebben we een helder beeld van haar.

Sneeuwwitje. Rie Cramer, 1925. Bron DBNB

Sneeuwwitje. Rie Cramer, 1925. Bron DBNB

Sneeuwwitje, Benjamin Lacombe 2012, Uitgeverij Abimo

Sneeuwwitje, Benjamin Lacombe 2012, Uitgeverij Abimo

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Als we een boek lezen of naar een verhaal luisteren zien we daar beelden bij. Deze beelden zijn cultureel en tijds bepaald. Maar we zien (verbeelden) alleen wat we weten. Het bos in het boek zijn de bossen waar wij, in onze herinneringen, in hebben rondgelopen.

Dat betekent dus ook dat we niet kunnen zien (verbeelden) wat we niet weten.
Een Europeaan in de middeleeuwen had nog nooit een olifant gezien en had hier dus ook geen beeld bij. En loop je met een boswachter door het bos dan ziet de boswachter allerlei soorten bomen in verschillende groei- en gezondheid stadia, terwijl jij alleen maar bomen ziet.

Na afloop van het lezen van een boek is het alsof we een film hebben gezien. Toch is een verfilmd boek vaak teleurstellend. De beelden van de filmmaker blijken namelijk niet overeen te komen met onze eigen beelden. En dat is logisch. Want het vertellen, schrijven, lezen of beluisteren van een verhaal is altijd persoonlijk. De Engelsen vertalen het woord ‘verhaal’ niet voor niks met het woord ‘His-story’.

Uitgaande van het bovenstaande vraag je je af of het zou het helpen als de auteur wat uitgebreidere beschrijvingen van situaties en personen in zijn boek opnam?
Lang geleden las ik het boek‘Au bonheur des dames’ (In het paradijs van de vrouw) van Emile Zola. Zola behoorde tot de naturalisten, een stroming in de literatuur in de periode 1850 – 1900. De stroming was onderdeel van het literair realisme en tegenhanger van de romantische literatuur.
‘Au bonheur des dames’ ging over het allereerste warenhuis in Parijs. Het realisme uitte zich in paginalange beschrijvingen van het warenhuis. Verdieping na verdieping, afdeling na afdeling. Persoonlijk vond ik het boek saai om te lezen en de ‘opgeroepen’ beelden van het warenhuis werden er niet helderder van.

Mendelsund bevestigt deze conclusie in zijn boek ‘Wat we zien als we lezen’: Het opmerkelijke is dat het uitgebreid beschrijven van een omgeving of personage ons niet perse helpen om de omgeving of de persoon ook echt duidelijk te zien. Personages in romans worden vooral tot leven gewekt door hun handelingen, hun acties.
Annejet van der Zijl, (auteur van ondermeer ‘Sonnyboy, Bernard, Annie, en de Amerikaanse Prinses’) onderschrijft dit. Tijdens interviews vraagt zij niet wat de persoon voelde, maar naar wat er gebeurde of wat diegene deed. Het verhaal tracht zij vervolgens te vertellen in documentaire stijl. Zij gebruikt hierbij zo min mogelijk bijvoeglijke naamwoorden. Niet de beschrijvingen maar de gebeurtenissen zelf roepen de emoties op.

Wat blijkt: onze fantasie wordt juist geprikkeld door wat een tekst doet om géén opheldering te verschaffen. Wij mensen willen zelf de wereld (het verhaal) ontdekken, benoemen en zinvolle verbanden aanleggen. Suggestie is genoeg.
Mendelsund vergelijkt tekst met muziek. Muziek wordt gedefinieerd door noten en akkoorden, maar óók door pauzes. Kortom: niets zeggen, is ook iets zeggen. Niets kan krachtiger zijn dan welk woord ook.
Hetzelfde geldt voor beelden in boeken. Illustratrice en auteur Joke van Leeuwen meent dat je beelden en tekeningen moet doseren. Er moet ruimte blijven voor de verbeelding. De lezer moet er zelf ook nog tussen passen.

Onderwerp volgend blog:
Illustratie en verbeelding: Wat ‘zien’ we als we kijken?

Geraadpleegde literatuur:
Wat we zien als we lezen . Door Peter Mendelsund, Atlas Contact, 2015. ISBN 9789025445676
Tekenaars: Kinderboekenillustratoren geportretteerd’, door Joukje Akveld, uitgegeven door Hoogland Van Klaveren.
Jan Swagerman: Vertel op! Een handleiding voor verhalenvertellers, Uitgeverij SWP 2003.
VPRO Zomergasten: fragment interview met Annejet van der Zijl, 23 augustus 2015.

Schrijf hier je reactie

*